Poedel groot

Poedel groot
Karakter

Hij is actief, sportief, vrolijk, opgewekt en extravert. Een echte levensgenieter. Erg alert, intelligent en trouw, maar wel over-heersend. Vanwege zijn grote aanpassingsvermogen en zijn sociale en goede karakter is het een zeer geliefde gezelschaps-hond. Hij heeft zijn eigenschappen als jachthond behouden. Hij kan namelijk zeer goed zwemmen en heeft een zeer fijne reukzin. Als hij niet consequent wordt opgevoed, kan hij wel eens moeilijk worden.

Raskenmerken

Land van herkomst
Frankrijk
FCI nr, sectie, groep
172, 02, Gezelschapshonden
FCI Rasstandaard
Gewicht
Varieert van 20 tot 30 kilo.
Schofthoogte
Tussen de 45 en 60 cm.
Levensverwachting
10 tot 13 jaar
Gebruik
Gezelschapshond.
Kleur
Zwart, wit, bruin, grijs en abrikoos. Bruin, grijs en abrikoos moeten effen zijn.
Achtergrond

De Franse benaming "Caniche" vindt zijn oorsprong bij de hond die werd gebruikt voor de jacht op watervogels en die de bijnaam "chien à cane" of "canichon" (eendenhond) kreeg. Vanwege zijn vacht werd hij ook wel "schaapshond" genoemd. Volgens Buffon is hij van Afrikaanse afkomst en stamt hij af van de Noord-Afrikaanse Barbet, die door de Arabieren werd ingevoerd op het Iberisch Schiereiland, waar hij zou zijn gekruist met de Portugese Waterhond. Van hieruit is hij over geheel Europa verspreid. Zijn stamvaders vinden we terug in Frankrijk. De F.C.I. heeft Frankrijk in 1936 officieel erkend als het land van herkomst van de Poedel. In datzelfde jaar werd een standaard uitgegeven. In 1922 werd in Parijs een Poedelclub opgericht. Het was dus in eerste instantie een jachthond voor waterwild, maar in de zeventiende eeuw werd het onder het bewind van Lodewijk XV een echte "dameshond" of salonhond. Tijdens het bewind van Lodewijk XVI ontstonden de kleine Poedels. Naar gelang de grootte worden er vier typen onderscheiden. De standaard/grote poedel werd op een gegeven moment minder populair dan de kleine Poedels (dwergpoedel en toypoedel). In de negentiende en twintigste eeuw wint hij nog meer aan populariteit. Hij past zich aan alle levensomstandigheden (jacht, circus, showhond, etc.) aan, wat hem de meest verspreide gezelschapshond ter wereld maakt. Door zijn populariteit wordt er jammer genoeg te intensief met hem gefokt, hetgeen de kwaliteit niet ten goede komt. Bij de aanschaf van een poedel moet men dus oplettend zijn.

Verzorging

Hij voelt zich zowel op het platteland als in de stad thuis. Hij heeft een hekel aan alleen zijn. De Poedel dient dagelijks geborsteld en gekamd te worden. Het is een zeer zindelijke en verzorgende hond. Een of twee maal per maand wassen is aan te bevelen. De conditie van de oren en de ogen moet regelmatig gecontroleerd worden. Elke twee maanden laten trimmen is aan te raden. Er worden verschillende toiletten toegepast zoals "leeuwentoilet", "modern toilet" en "Engels toilet". De Poedel verhaart niet.