Engelse Cocker Spaniel
Hij is krachtig, erg actief, vasthoudend, levendig en een uitstekend jager op pelsdieren en gevogelte op moeilijk terrein. Hij is niet bang voor doornstruiken. Hij heeft een zeer verfijnd reukorgaan en kamt het terrein uit op 10 of 15 meter van de jager. Zijn speuren is gehaast. Na het voor-staan stoot hij het wild aan en jaagt hij blaffende het pelsdier of gevogelte op. Hij is veel ingezet bij de konijnenjacht. Het is een goede Retriever, maar het apporteren van een eend in diep water kan wel eens problemen opleveren. Hij is vrolijk, opgewekt, uitgelaten, vol energie en heeft een sterke persoonlijkheid. Hij is onafhankelijk, maar tegelijkertijd ook aanhankelijk en zachtaardig. Het is een charmante gezelschapshond.
Raskenmerken
FCI Rasstandaard
Raskenmerken
Hij is een afstammeling van de Middeleeuwse Spaniel die in Groot-Brittannië sinds de veertiende eeuw voorkwam en werd gebruikt voor de jacht met netten op vogels."Spaniel" komt van het woord "espainholz". Dit woord is afgeleid uit het oude Frans "espaignir" (=liggen). Hetgeen deze zgn. "liggende" honden deden om de jagers niet te hinderen bij het uitwerpen van hun netten over de vogels. De Engelse Cocker Spaniel is door de Britse fokkers tot ontwikkeling gekomen. In de achttiende eeuw was de Engelse Cocker Spaniel gespecialiseerd in de jacht op de snip ("cocking"). In zijn bloedlijnen vinden we een aandeel van de Engelse dwergspaniel. In 1883 werd hij officieel erkend. In diezelfde tijd werd hij voor het eerst in Frankrijk en de Verenigde Staten ingevoerd. De Spaniel Club werd in 1898 opgericht. Het is een zeer populair ras (de meest bekende en verspreide van de Spaniels), dat momenteel model staat voor de ideale gezelschapshond.
Hij kan in een appartement leven, maar dagelijkse lange wandelingen zijn onontbeerlijk. Twee keer per week borstelen en kammen is voldoende. Twee of drie keer per jaar laten trimmen. De oren moeten regelmatig gecontroleerd worden.