Yorkshire Terriër
De Yorkshire Terriër is levendig, impulsief, onverschrokken en moedig maar ook koppig. Hij loopt over aan affectie, maar leeft moeilijk samen met kleine, drukke kinderen. Hij blaft veel en slaat alarm bij onraad. De Yorkshire Terriër is dominant en aarzelt niet grotere soortgenoten aan te vallen. Een zeer consequente opvoeding is nodig om hem onder controle te kunnen houden.
Raskenmerken
FCI Rasstandaard
Raskenmerken
De voorouders van de Yorkshire Terriër zijn de Clydesdale Terriër en/of Paisley Terriër, Schotse Black-and-tan Terriër. Deze voorouders zijn geëmigreerd naar de streek rond Glagow in het graafschap York aan het begin van de negentiende eeuw. Deze honden werden met andere rassen gekruist zoals de Broke-Haired Terriër (vandaag de dag uitgestorven) de Cairn Terriër en de Maltezer. In 1886 kreeg de Yorkshire Terriër zijn officiële naam van de Kennel Club. De eerste standaard werd in 1898 gepubliceerd. De Yorkshire Terriër werd oorspronkelijk gebruikt om ratten uit mijnen te verdrijven. Het ras werd later een populaire gezelschapshond. De Yorkshire Terriër heeft zich in de Verenigde Staten en Continentaal Europa verder ontwikkeld. In het begin van de jaren dertig werd de hond naar een kleiner formaat gefokt. Tegenwoordig is hij een populair ras.
Hij past zich goed aan het leven in een appartement aan, maar zijn levendig karakter vraagt toch om veel beweging. Dagelijks borstelen en kammen is een vereiste. De Yorkshire Terriër moet maandelijks getrimd worden.