Vizsla Draadhaar

Vizsla Draadhaar
Karakter

Deze levendige, zeer veelzijdige hond met een uitstekende neus voelt zich thuis op ruig terrein en kan goed tegen warmte. Hij zoekt niet ver, maar geeft er de voorkeur aan om dicht bij zijn baas te blijven. Hij geeft nauwkeurig aan, apporteert goed en hij kan goed zwemmen. De kortharige variëteit heeft een snellere galop en geeft de voorkeur aan vlak terrein. De draadharige variëteit munt uit in de jacht op klein wild, zoals houtsnip, en wordt gebruikt om gewond groot wild op te sporen. Beide zijn evenwichtig en voelen zich goed thuis in een gezin. Ze hebben een consequente, maar vriendelijke opvoeding nodig.

Raskenmerken

Land van herkomst
Hongarije
FCI nr, sectie, groep
239, .1, Staande honden
FCI Rasstandaard
Gewicht
25 tot 32 kg.
Schofthoogte
Reu: 58 tot 62 cm. Teef: 54 tot 58 cm.
Levensverwachting
12 tot 15 jaar
Gebruik
Jachthond. Gezelschapshond.
Kleur
Donkergeel of roodachtig geel. Kleine witte vlekken op borst en voeten zijn geen fouten.
Achtergrond

De Vizsla komt in twee variëteiten voor: - Kortharig (rövidszörü): dit is de oudste variëteit. Zijn voorouders zijn o.a. de Pannatonische brak, de Turkse Gele Hond en de Sloughi. De eerste exemplaren verschenen in het begin van de achttiende eeuw. Hij heeft ook bloed van andere jachthonden, zoals de Duitse Staande, in zich. Deze kortharige variëteit is van de twee de populairste in Frankrijk; hij werd in 1938 door de FCI erkend. - Draadharig (drotszörü): deze variëteit dateert van omstreeks 1930 en is waarschijnlijk het resultaat van kruisingen tussen de kortharige variëteit en de Duitse Staande Draadhaar. Zijn voorouders zijn onder andere de Weimaraner en de Transylvaanse Pointer. Onderling kruisen van de twee variëteiten is niet toegestaan.

Verzorging

Hij heeft ruimte en beweging nodig. Hij moet regelmatig worden geborsteld en zijn oren moeten geregeld worden gecontroleerd.