Ierse Water Spaniel

Ierse Water Spaniel
Karakter

Hij heeft groot uithoudings-vermogen, is dynamisch, actief, levendig, vasthoudend en heeft een zeer fijn reukvermogen. Hij is bijzonder geschikt voor de jacht op wilde vogels (zoals eenden). Hij voelt zich zowel thuis in het struikgewas als in het water. Hij speurt gehaast en snel. Hij blaft niet op het wild. Voor sommigen kan hij heel lief en vriendelijk zijn, maar hij heeft toch vaak een moeilijk karakter. Hij moet consequent worden opgevoed.

Raskenmerken

Land van herkomst
Ierland
FCI nr, sectie, groep
124, 03, Retrievers, Spaniels en Waterhonden
FCI Rasstandaard
Gewicht
22 tot 26 kg.
Schofthoogte
Reu: 53 tot 58 cm. Teef: 51 tot 56 cm.
Levensverwachting
10 - 12 jaar
Gebruik
Jachthond.
Kleur
Donker leverkleurig met een voor het ras kenmerkende paarsachtige of fluweelachtige schijn, ook wel roodbruin genoemd.
Achtergrond

Deze grootste onder de spaniels is ontstaan in de negentiende eeuw, uit kruisingen tussen Poedels, Ierse Setters en waarschijnlijk Barbets. Volgens sommigen is hij verwant aan de Portugese Waterhond. Hij werd voor het eerst tentoongesteld in 1862 in Birmingham. De eerste Club werd opgericht in 1890. Na eenglorierijke periode tussen de twee Wereldoorlogen, waarin hij werd geëxporteerd naar Frankrijk, de Verenigde Staten en Canada, komt hij tegenwoordig nog maar zelden voor en wordt met uitsterven bedreigd.

Verzorging

Hij heeft veel ruimte en beweging nodig. Twee keer per week kammen is noodzakelijk. De oren moeten regelmatig gecontroleerd worden.