Franse Bulldog
De Franse Bulldog is actief, moedig, koppig en heeft een gehard karakter. Het is een goede waakhond. Hij is erg aanhankelijk en gevoelig. Een plezierig gezelschap die veel aandacht en genegenheid vraagt. Hij is lief voor kinderen, maar vrij agressief tegenover zijn soortgenoten. Hij moet vanaf het begin consequent en met overtuiging, maar ook met kalmte worden opgevoed.
Raskenmerken
FCI Rasstandaard
Raskenmerken
De Franse Bulldog stamt waarschijnlijk af van de Tibetaanse Mastiff. Na bijgedragen te hebben aan de ontwikkeling van de Macedonische dog zou de Tibetaanse Mastiff door de Feniciërs naar Engeland zijn gebracht. Door kruisingen met verschillende terriërs werd hij steeds kleiner. Engelse werklieden, met name uit Nottingham, emigreerden naar Frankrijk. Zij namen hun "Toy Bulldog" mee. Toen de "Toy Bulldog" rond 1850 naar Frankrijk kwam, vertoonde hij al een aantal kenmerken van de Franse Bulldog. Nieuwe kruisingen met andere rassen (zoals de Mopshond en Belgische Griffon) hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van de huidige Franse Bulldog. Hij werd ingezet als rattenvanger en was de metgezel van de slagers uit de "La Villette" in Parijs. Tevens was hij de lijfwacht van de straatjongens van Pantin (buitenwijk van Parijs). De standaard van het ras werd definitief opgesteld rond 1898. Na een lichte teruggang, wordt de hond nu steeds populairder.
Het is een echte stadshond en past zich goed aan het leven in een appartement aan. Tijdens het uitlaten mag hij niet aan de riem trekken, anders zou hij een verkeerd gangwerk kunnen ontwikkelen. De Franse Bulldog verdraagt het slecht om van zijn baas gescheiden te worden. Hij kan niet tegen de hitte, de warmte verergert de ademhalingsproblemen door zijn te korte neus. In de ruiperiode is dagelijks borstelen noodzakelijk. Elke twee maanden wassen is aan te bevelen. De conditie van de ogen en de huidplooien in het gezicht moeten regelmatig gecontroleerd worden.